COMMAP COLUMN – oktober 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Toen ik jong was deed mijn moeder elke week wat kleingeld in een spaarpot voor de kermis. Daar kon je de hele kermis, vier dagen lang mee doen. Elke paar centen die je overhad deed je in dat potje. Ik voelde me altijd stinkend rijk als dat potje open werd gemaakt en ging als een Dagobert Duck geld tellen, heerlijk!

En dan was het zover, de kermis, naast carnaval, hét feest van het jaar in een dorp. Een week van tevoren werd alles al opgebouwd en struinde je met vriendjes en vriendinnetjes over het plein, om te zien wat er dit jaar weer allemaal kwam staan. Terwijl dat elk jaar het zelfde was: botsauto‘s, draaimolen, de rups, het Lunapark, een gok- en schiettent, de snoepkraam en heel soms eendjes vangen of touwtje trekken erbij. Altijd prijs, dus met de grootste rotzooi, zo gelukkig als wat, huppelde je naar huis! Mijn gok verslaving is getriggerd door dat apparaat met die muntjes, waar je uren lang al je geld in stond te duwen. En dan maar hopen dat nét dat ene muntje aangeduwd werd, waardoor die hele kast leeg rammelde. Dan had je belachelijk weinig punten verdiend om met bijna dezelfde rotzooi als bij touwtje trekken, naar huis te gaan. Maar dat zag je allemaal niet, je mocht zonder nadenken geld uitgeven en het was vier dagen feest. Een beetje rondhangen bij de botsauto‘s of in de rups zitten. Bij ons ging er nog een kap over de karretjes van de rups heen waardoor er de mogelijkheid was om in het donker stiekem te kussen, zonder dat voor je gevoel iemand het zag (lees: je ouders). Of de flos vangen voor nog een extra rondje. Ik word er bijna sentimenteel van, wat een mooie tijd!

Aan het einde van de kermis kocht je zo’n grote wijnbal of zuurstok waar je een week pijn van in je kaken had omdat je probeerde er een stukje af te bijten. En dat ging niet want dat ding past helemaal niet in je mond. Je plakte van oor tot oor van de suiker, je tong bleef een aantal weken extra rood, het papiertje scheurde altijd of hij viel een keer op de vloerbedekking, waardoor je een haarbal had. Ik was niet zo’n held in het Lunapark (in de Volkelse mond Sjimmy genoemd). Stinkend jaloers was ik op de kinderen die op de lopende band gingen staan en naar boven zoefden. Ik zag ze door die rollende tonnen heen stuiteren alsof het niks was, en die ongelijke trapjes leek men moeiteloos te beklimmen. Voor mij was het hoogtevrees, blauwe plekken, kapotte knieën en ik had zeker hulp nodig bij de lopende band. (En toen zat ik nog niet in een rolstoel…) Dat was voor schut voor je klasgenootjes, tenzij de ene leuke jongen van de kermis je kwam helpen. Als ik nu op de kermis kom, zie ik ouders die dan met hun kind het Lunapark ingaan. Even stoer kijken bij de lopende band, maar dan met zwaaiende armen, wiebelende knieën, struikelend, met het zweet op het voorhoofd boven komen, hilarisch! Dan denk ik: Jaah, vroeger kon je dat misschien, maar als je boven de 30 bent kun je dat gewoon beter niet meer doen. Ook mijn kinderen hebben uren op de kermis rond gehangen met vriendjes en vriendinnetjes. Dan beleef je het bijna weer zelf. Nu komen ze op een leeftijd dat de kermis anders wordt. Alleen maar op de kermis hangen met vriendjes en vriendinnetjes is niet meer stoer. De kermis draait om de dranktent en zoveel mogelijk bier naar binnen schuiven. Waarom komt me dit bekend voor? Geschiedenis herhaalt zich…

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

x Shield Logo
This Site Is Protected By
The Shield →