Spraakversterker (laatste column voor Commap)

COMMAP COLUMN – december 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Mieke goes solo! Dit wordt de laatste keer dat mijn column op de website van Commap zal staan. Commap zal de inspiratie-mail weer gaan publiceren met daarin verhalen en ervaringen van mensen die communicatie hulpmiddelen gebruiken. (Blijf dus Commap volgen!)
Voortaan kun je al mijn columns vinden op https://pakmedan.jimdo.com/ en facebook

Concerten bezoeken is toch wel een van mijn favoriete bezigheden. Muziek luisteren en mensen kijken.
En deze keer een festival met een heleboel (cover)bands voor de prijs van één kaartje. Wanneer krijg je Kiss, U2, Guns & Roses, Rage Against the Machine en de Red Hot Chili Peppers op een dag te zien en te horen?  Deze dag gingen we dat allemaal meemaken. Het is lastig om mij te verstaan in een grote ruimte met heel veel herrie, dat geldt voor iedereen, maar mijn stem heeft gewoon niet genoeg kracht om er dan boven uit te schreeuwen. Dus ik had bedacht om mijn spraakversterker mee te nemen. Een handig apparaatje met een kleine luidspreker en een microfoontje wat je ergens vlakbij je mond bevestigt waardoor je stem er net een beetje harder uitkomt dan dat jij kracht hebt. Alleen hadden mijn vrienden het nog niet helemaal door hoe dit werkte. Het is geen megafoon natuurlijk, en ook niet bedoeld om bier te bestellen, het versterkt alleen je stem. Ze vonden het heel bijzonder om te ervaren dat ik kon buikspreken (de luidspreker lag op het blad van mijn rolstoel). Wat ik dan weer grappig vond, is dat iedereen in de luidspreker tegen mij terug ging praten, “Praat maar in mijn oor, dan hoor ik je, haha”.
Er waren wel meer mensen die een beetje moeite hadden met techniek op dit festival. Zo zag ik dat de zanger van Rage Against The Machine met een aanloop in het publiek sprong, maar hij was even vergeten dat er een draad aan zijn microfoon zat -snock-!!!
Natuurlijk gebeurt het ook altijd weer dat er mensen tegen mijn rolstoel aanlopen en het een en ander aan knopjes verzetten. Deze keer vroeg iemand netjes, of het kwaad kon als hij aan dat knopje zou zitten, wat er dan zou gebeuren, was zijn vraag. “Dan heb ik acuut mond-op-mondbeademing nodig!”, zei ik, in dit geval misschien iets te goed verstaanbaar. En weg was hij… Ik had raar staan te kijken als ik had gekregen waar ik om vroeg. Toch volgende keer beter nadenken voordat ik iets zeg.
Het was weer een erg leuk avontuur. Ik heb mijn ogen uitgekeken bij Kiss in veel te strakke glitterpakjes met veel te dikke bierbuiken. En 40-plussers die aan het headbangen waren en even later, helemaal total loss, hijgend en puffend naar de bar kropen. “Gaaf hé, Ik ben ka-pot!”, zegt een Henk Schiffmacher look-a-like, die even van te voren nog spastisch over de dansvloer slingerde. Om vervolgens weer terug het strijdveld van springende, bezwete bovenlijven in te duiken. Goeie muziek, leuke mensen, genieten, wat kan het leven mooi zijn!

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Superheld

COMMAP COLUMN – november 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Als je soms van die theezakjes-spreuken leest dan wordt wel eens de vraag gesteld; wat zou je willen zijn voor een dag. Nou, ik een superheld. Ik hoef niet te vliegen en niet te lopen. Laat iemand anders maar de wereld redden. Dat is sowieso een hele klus in één dag. Maar met speciale laserogen insecten vernietigen bijvoorbeeld, wat zou dat geweldig zijn! Dat je gewoon met één scherpe blik de spinnen van de muur flitst en de muggen uit de lucht kan schieten. Ik hoef geen mensen te kunnen doden, dat is weer een beetje overdreven, maar alles wat meer dan vier pootjes heeft, wil ik kunnen vernietigen!
Ik weet dat ik er al vrij “superheld-achtig” uit zie met mijn ultra technische rol-vehikel vol met slim bedachte snufjes.
Ik word er soms van verdacht dat ik geheimzinnige krachten heb, omdat ik stuur met mijn hoofd en uit het niets de lampen aan kan toveren. Maar daar houdt het zo’n beetje mee op.     ’s Nachts ligt deze superheld verstopt onder een deftige witte sluier, hermetisch afgesloten van al dat vliegende, kruipende en zoemende gespuis. Vanwege het prachtige weer heb ik dit jaar een record gevestigd, ik slaap al vanaf april onder mijn klamboe!
Noem mij maar een schijtluis -ook uit de categorie: teveel pootjes- ik moet er niks van hebben al die griezelige indringers. Bovendien worden ze elk jaar groter en vreemder, muggen, spinnen, wespen, wantsen, hoornaars… Een hoofdstuk uit Erik en het grote insectenboek is er niets bij. De opwarming van de aardbol brengt vreemde schepsels met zich mee. Eerlijk gezegd geniet ik wel van ons tropisch klimaat, dat dan weer wel. Voor iemand wiens temperatuur altijd op standje vrieskist staat is het zalig. Behalve die beestjes dan. Nu we ineens bijna winter hebben ben ik buiten niet meer veilig. Waarom ik in dit jaargetijde liever heb dat mensen voor me lopen? Puur eigen belang. Dan zijn namelijk de spinnenwebben onderweg al onderschept… Sorry mensen. En als die spinnen zoals iedereen beweert functioneel zijn, laat ze dan een beetje dooreten, dat scheelt weer muggen. En waarom overál spinnenwebben? Bestaat er geen bouwvergunning voor die beesten? Dat doet maar wat, net hoe de wind waait. Ik kan er niks mee, heb er niks aan dus dan denk ik: elimineren die handel. Daarom was mijn theezakjes-wens meteen duidelijk: Laserogen dus!

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Kermis

COMMAP COLUMN – oktober 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Toen ik jong was deed mijn moeder elke week wat kleingeld in een spaarpot voor de kermis. Daar kon je de hele kermis, vier dagen lang mee doen. Elke paar centen die je overhad deed je in dat potje. Ik voelde me altijd stinkend rijk als dat potje open werd gemaakt en ging als een Dagobert Duck geld tellen, heerlijk!

En dan was het zover, de kermis, naast carnaval, hét feest van het jaar in een dorp. Een week van tevoren werd alles al opgebouwd en struinde je met vriendjes en vriendinnetjes over het plein, om te zien wat er dit jaar weer allemaal kwam staan. Terwijl dat elk jaar het zelfde was: botsauto‘s, draaimolen, de rups, het Lunapark, een gok- en schiettent, de snoepkraam en heel soms eendjes vangen of touwtje trekken erbij. Altijd prijs, dus met de grootste rotzooi, zo gelukkig als wat, huppelde je naar huis! Mijn gok verslaving is getriggerd door dat apparaat met die muntjes, waar je uren lang al je geld in stond te duwen. En dan maar hopen dat nét dat ene muntje aangeduwd werd, waardoor die hele kast leeg rammelde. Dan had je belachelijk weinig punten verdiend om met bijna dezelfde rotzooi als bij touwtje trekken, naar huis te gaan. Maar dat zag je allemaal niet, je mocht zonder nadenken geld uitgeven en het was vier dagen feest. Een beetje rondhangen bij de botsauto‘s of in de rups zitten. Bij ons ging er nog een kap over de karretjes van de rups heen waardoor er de mogelijkheid was om in het donker stiekem te kussen, zonder dat voor je gevoel iemand het zag (lees: je ouders). Of de flos vangen voor nog een extra rondje. Ik word er bijna sentimenteel van, wat een mooie tijd!

Aan het einde van de kermis kocht je zo’n grote wijnbal of zuurstok waar je een week pijn van in je kaken had omdat je probeerde er een stukje af te bijten. En dat ging niet want dat ding past helemaal niet in je mond. Je plakte van oor tot oor van de suiker, je tong bleef een aantal weken extra rood, het papiertje scheurde altijd of hij viel een keer op de vloerbedekking, waardoor je een haarbal had. Ik was niet zo’n held in het Lunapark (in de Volkelse mond Sjimmy genoemd). Stinkend jaloers was ik op de kinderen die op de lopende band gingen staan en naar boven zoefden. Ik zag ze door die rollende tonnen heen stuiteren alsof het niks was, en die ongelijke trapjes leek men moeiteloos te beklimmen. Voor mij was het hoogtevrees, blauwe plekken, kapotte knieën en ik had zeker hulp nodig bij de lopende band. (En toen zat ik nog niet in een rolstoel…) Dat was voor schut voor je klasgenootjes, tenzij de ene leuke jongen van de kermis je kwam helpen. Als ik nu op de kermis kom, zie ik ouders die dan met hun kind het Lunapark ingaan. Even stoer kijken bij de lopende band, maar dan met zwaaiende armen, wiebelende knieën, struikelend, met het zweet op het voorhoofd boven komen, hilarisch! Dan denk ik: Jaah, vroeger kon je dat misschien, maar als je boven de 30 bent kun je dat gewoon beter niet meer doen. Ook mijn kinderen hebben uren op de kermis rond gehangen met vriendjes en vriendinnetjes. Dan beleef je het bijna weer zelf. Nu komen ze op een leeftijd dat de kermis anders wordt. Alleen maar op de kermis hangen met vriendjes en vriendinnetjes is niet meer stoer. De kermis draait om de dranktent en zoveel mogelijk bier naar binnen schuiven. Waarom komt me dit bekend voor? Geschiedenis herhaalt zich…

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Logica

COMMAP COLUMN – september 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Ik hou van duidelijkheid en logica. En op dit moment zijn voor mij sommige dingen niet logisch.
Als ik voor schut staan in de autogarage, omdat ik denk dat mijn auto lekt. Dat dan mijn airco blijkbaar constant aanstaat als het lampje NIET brandt. Dat is niet logisch (ook al kijkt de monteur naar mij met een blik van: “Dat je dat niet snapt!”).
Is dat omdat ik een vrouw bent? Of eigenwijs? Ik weet het niet, maar als ik van mijn gelijk overtuigd ben, valt het niet mee om mij ervan te overtuigen dat ik geen gelijk heb. Behalve als ik er van overtuigd ben dat ik geen gelijk heb. Maar misschien is dat juist niet logisch?
Dat er een nieuwe aan- en uitknop voor je rolstoel besteld wordt en ze met een beensteun aankomen, dat is in mijn ogen niet logisch. Of dat je bij radiologie een foto moet laten maken van je hoofd, maar dat het apparaat niet om je hoofd heen kan, dat is niet logisch. (Of het zegt wat over mijn hoofd…) Dat je met iemand een afspraak op tijd maakt en diegene een half uur te laat komt, vind ik niet logisch. Dat je grijze gordijnen besteld en je krijgt blauwe met zwarte bloemen, zeg nou zelf; niet logisch! Dat je een vraag hebt over je telefoonabonnement en dan na ongeveer 2 uur intensief telefonisch contact met de meest klantvriendelijke maatschappij van Nederland, (je krijgt daar tenslotte ALLE medewerkers aan de lijn) nog geen antwoord krijgt op je vraag. Nee, echt niet logisch. Het zal vast en zeker aan mij liggen, maar ik mis duidelijkheid en logica!
Dus ik ga deze week op zoek naar dingen die logisch zijn.
Gewoon bij de bakker een wit brood bestellen en dat ook daadwerkelijk krijgen. Op een knopje drukken en de lamp gaat AAN. Iemand bellen en ook gewoon deze persoon aan de lijn krijgen, zonder keuzemenu. Het is er wel, logica, maar soms moet je even zoeken…

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Goed bedoeld

COMMAP COLUMN – augustus 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Goed bedoeld is niet altijd fijn! 
Wat ben ik blij dat er zoveel mensen vaak spontaan bereid zijn om mij te helpen, als er iets is. Soms ook als er niets is. En dat geeft wel eens verwarring. Het is ook lastig in te schatten, voor een ander wat ik wel of niet kan. Gelukkig kan ik dat zelf heel goed.
Soms tik ik, tijdens het rijden, met mijn hoofd tegen de aan- en uitknop van de rolstoel. Dan gaat hij uit en duurt het 12 seconden voordat hij weer aangaat en ik verder kan rijden. Geloof me, 12 seconden is best lang, zeker als je midden op straat staat. Gemiddeld zijn er dan drie mensen voorbij gefietst die aan mij vragen: “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?” Allemaal heel goed bedoeld.
Ik heb al ernstig vaak aan de rolstoelfabrikant gevraagd of dat aan en uit niet sneller kan. Want na 100 m gehobbel, en zeker 10 mensen die ondertussen al gevraagd hebben: “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?”  wordt het een beetje irritant.
Als ik door een menigte moet is het heel erg opletten voor mij. Ik wil een paar flinke ladders in iemands panty of blauwe plekken op de kuiten niet op mijn geweten hebben. Dus ik rij voorzichtig, probeer goed te sturen en geef niet te veel gas. En ja, dat gaat langzaam. Dat kan niet anders in verband met de blauwe plekken en de panty’s. Toch krijg ik dan altijd weer het vragenvuur over mij heen:  “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?” Ja, ga alsjeblieft opzij!
En in een menigte zijn mensen heel dichtbij en gaan, hartstikke goed bedoeld (maar zeer ongewenst), aan de rolstoel trekken, duwen, aan mijn apparatuur zitten waardoor de rolstoel onbedienbaar wordt voor mij. Ik kan niet meer sturen, mijn blad zit scheef, en dat soort dingen. Nogmaals, hartstikke goed en lief bedoeld maar zéér ongewenst. En dan sta je helemaal stil in de menigte en krijg je het vragenvuur wederom over je heen. “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?”
Leg dan maar eens uit dat iemand verdorie met zijn fikken van die stangen af moet blijven! En hoe leg je uit waar de aan- en uitknop dan goed terug gebogen moet worden zodat ik met uiterste precisie dat ding kan bedienen. Het is allemaal delicaat en kwetsbaar spul en zolang er niemand aankomt, gaat het super.
Het lukt mij dan steeds minder, hoe langer de reis duurt, om vriendelijk te blijven. Het begint met; sorry mag ik er even door? En eindigt met; opzouten trut, anders rij ik je panty aan gort!
Soms probeer ik het met een grapje. Overstekend wild! Pas op, ik ben motorisch nogal gestoord!” Maar dan wordt je niet helemaal serieus genomen.
Maar ja, wat nou als die goed bedoelende mensen, goed bedoelend niets meer zeggen of niet meer reageren en je staat wél echt een keertje in de problemen?
Dus ik probeer het meestal toch maar vriendelijk te houden. Sorry, voor die enkeling die tijdens onze ontmoeting een kapotte panty opgelopen heeft, of blauwe plekken.
Het was goed bedoeld …

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Liefdesverdriet

COMMAP COLUMN – juli 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Pubers hebben is een soort liefdesverdriet.  In het begin als je moeder of vader bent wordt je aanbeden. Alles wat je doet wordt beloond met een lach, een kus of een knuffel. Dat is erg misleidend, vind ik. Want, om terug te komen op het liefdesverdriet, na zo’n 12 jaar ben je ineens merendeel irritant en stom. Je snapt er niks van, je doet niks goed, je wordt genegeerd, je bemoeit je teveel, je “begrijpt het toch niet!” Loslaten noemen ze dat.
In plaats van gezellig samen dingen doen, wordt je achtergelaten in een wolk van parfum of aftershave, gel en haarlak. Vervolgens gaan ze op pad en jij zit thuis af te wachten tot hij of zij terug komt in de complete transformatie van knap stuk tot een zombie van drank, rook en kots.
Gelukkig zie je dat pas  ’s middags rond een uur of vier, als ze naar beneden komen strompelen.

“Nou, nou, nou Mieke, dat is wel heel negatief!”
Klopt, daar ga ik dus ook de fout in.
Ik zit er teveel ‘bovenop’. Pubers hebben ruimte nodig om te leren, zichzelf te ontwikkelen. En dat kunnen ze niet als er iemand ze in de figuurlijke houtgreep heeft. Dan krijg je bovenstaand verzet. Niet dat er geen regels en grenzen moeten zijn. Die zijn absoluut nodig; als sturing. Niet als “wielklem”, maar als richtlijn. Geen kruisverhoor bij thuiskomst maar oprechte interesse. Niks ‘faken’ want dat hebben ze haarscherp door.

Klinkt makkelijk als ik het zo terug lees. Maar ik vind het soms ‘fakking’ moeilijk! Gelukkig durf ik dat dan wel toe te geven, wat mij hopelijk weer een beetje menselijk maakt. Ik zit in de “ouder-puberteit”, ik heb ruimte nodig om te leren en te ontwikkelen. Soms heb je momenten van intense liefde, soms balanceer je op het randje van oorlog. Het is heftig, prachtig eigenlijk om te zien hoe jou kind zich begint te vormen als een eigen persoon, geen kopie van jou. Dat zou ik ook niet willen. Ik weet niet waar deze reis uit gaat komen. Het is “Go with the flow”, een mooi avontuur met geen voorspelbaar einde. Dat zou verschrikkelijk saai zijn, dan liever toch maar een beetje ‘ludde-vu-de’.

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

x Shield Logo
This Site Is Protected By
The Shield →