Goed bedoeld

COMMAP COLUMN – augustus 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Goed bedoeld is niet altijd fijn! 
Wat ben ik blij dat er zoveel mensen vaak spontaan bereid zijn om mij te helpen, als er iets is. Soms ook als er niets is. En dat geeft wel eens verwarring. Het is ook lastig in te schatten, voor een ander wat ik wel of niet kan. Gelukkig kan ik dat zelf heel goed.
Soms tik ik, tijdens het rijden, met mijn hoofd tegen de aan- en uitknop van de rolstoel. Dan gaat hij uit en duurt het 12 seconden voordat hij weer aangaat en ik verder kan rijden. Geloof me, 12 seconden is best lang, zeker als je midden op straat staat. Gemiddeld zijn er dan drie mensen voorbij gefietst die aan mij vragen: “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?” Allemaal heel goed bedoeld.
Ik heb al ernstig vaak aan de rolstoelfabrikant gevraagd of dat aan en uit niet sneller kan. Want na 100 m gehobbel, en zeker 10 mensen die ondertussen al gevraagd hebben: “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?”  wordt het een beetje irritant.
Als ik door een menigte moet is het heel erg opletten voor mij. Ik wil een paar flinke ladders in iemands panty of blauwe plekken op de kuiten niet op mijn geweten hebben. Dus ik rij voorzichtig, probeer goed te sturen en geef niet te veel gas. En ja, dat gaat langzaam. Dat kan niet anders in verband met de blauwe plekken en de panty’s. Toch krijg ik dan altijd weer het vragenvuur over mij heen:  “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?” Ja, ga alsjeblieft opzij!
En in een menigte zijn mensen heel dichtbij en gaan, hartstikke goed bedoeld (maar zeer ongewenst), aan de rolstoel trekken, duwen, aan mijn apparatuur zitten waardoor de rolstoel onbedienbaar wordt voor mij. Ik kan niet meer sturen, mijn blad zit scheef, en dat soort dingen. Nogmaals, hartstikke goed en lief bedoeld maar zéér ongewenst. En dan sta je helemaal stil in de menigte en krijg je het vragenvuur wederom over je heen. “Gaat het? Lukt het allemaal? Kan ik helpen?”
Leg dan maar eens uit dat iemand verdorie met zijn fikken van die stangen af moet blijven! En hoe leg je uit waar de aan- en uitknop dan goed terug gebogen moet worden zodat ik met uiterste precisie dat ding kan bedienen. Het is allemaal delicaat en kwetsbaar spul en zolang er niemand aankomt, gaat het super.
Het lukt mij dan steeds minder, hoe langer de reis duurt, om vriendelijk te blijven. Het begint met; sorry mag ik er even door? En eindigt met; opzouten trut, anders rij ik je panty aan gort!
Soms probeer ik het met een grapje. Overstekend wild! Pas op, ik ben motorisch nogal gestoord!” Maar dan wordt je niet helemaal serieus genomen.
Maar ja, wat nou als die goed bedoelende mensen, goed bedoelend niets meer zeggen of niet meer reageren en je staat wél echt een keertje in de problemen?
Dus ik probeer het meestal toch maar vriendelijk te houden. Sorry, voor die enkeling die tijdens onze ontmoeting een kapotte panty opgelopen heeft, of blauwe plekken.
Het was goed bedoeld …

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Liefdesverdriet

COMMAP COLUMN – juli 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Pubers hebben is een soort liefdesverdriet.  In het begin als je moeder of vader bent wordt je aanbeden. Alles wat je doet wordt beloond met een lach, een kus of een knuffel. Dat is erg misleidend, vind ik. Want, om terug te komen op het liefdesverdriet, na zo’n 12 jaar ben je ineens merendeel irritant en stom. Je snapt er niks van, je doet niks goed, je wordt genegeerd, je bemoeit je teveel, je “begrijpt het toch niet!” Loslaten noemen ze dat.
In plaats van gezellig samen dingen doen, wordt je achtergelaten in een wolk van parfum of aftershave, gel en haarlak. Vervolgens gaan ze op pad en jij zit thuis af te wachten tot hij of zij terug komt in de complete transformatie van knap stuk tot een zombie van drank, rook en kots.
Gelukkig zie je dat pas  ’s middags rond een uur of vier, als ze naar beneden komen strompelen.

“Nou, nou, nou Mieke, dat is wel heel negatief!”
Klopt, daar ga ik dus ook de fout in.
Ik zit er teveel ‘bovenop’. Pubers hebben ruimte nodig om te leren, zichzelf te ontwikkelen. En dat kunnen ze niet als er iemand ze in de figuurlijke houtgreep heeft. Dan krijg je bovenstaand verzet. Niet dat er geen regels en grenzen moeten zijn. Die zijn absoluut nodig; als sturing. Niet als “wielklem”, maar als richtlijn. Geen kruisverhoor bij thuiskomst maar oprechte interesse. Niks ‘faken’ want dat hebben ze haarscherp door.

Klinkt makkelijk als ik het zo terug lees. Maar ik vind het soms ‘fakking’ moeilijk! Gelukkig durf ik dat dan wel toe te geven, wat mij hopelijk weer een beetje menselijk maakt. Ik zit in de “ouder-puberteit”, ik heb ruimte nodig om te leren en te ontwikkelen. Soms heb je momenten van intense liefde, soms balanceer je op het randje van oorlog. Het is heftig, prachtig eigenlijk om te zien hoe jou kind zich begint te vormen als een eigen persoon, geen kopie van jou. Dat zou ik ook niet willen. Ik weet niet waar deze reis uit gaat komen. Het is “Go with the flow”, een mooi avontuur met geen voorspelbaar einde. Dat zou verschrikkelijk saai zijn, dan liever toch maar een beetje ‘ludde-vu-de’.

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Blazen

 

COMMAP COLUMN – juni 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Het is iedere keer controle weer spannend: hoe gaat het met mijn longen? Door de dwarslaesie mis ik een hele groot stuk van mijn longcapaciteit en sinds de laatste heftige longontsteking ben ik begonnen met longtraining. Dat doe je niet in de sportschool maar thuis, met een speciaal ballonnetje in mijn mond en een zuster. Ik adem diep in, de zuster knijpt in het ballonnetje, en zo stapelen we lucht op in mijn longen. Daardoor wordt de capaciteit groter. Klinkt heel simpel en dat is het ook! Met verbluffend resultaat, want het enige wat in de afgelopen jaren vooruit is gegaan is mijn longcapaciteit. Dit is voor mij een hele grote stap. Minder risico op gekke longtoestanden dat is altijd goed. Plus een betere conditie, zingen zou ook een goede oefening zijn, maar daar zijn mijn buren niet blij mee.

Dus ik zeg: blazen maar! Om in de gaten te houden of het nog steeds goed gaat, moet ik regelmatig op controle bij een specialist. Altijd een hele rit, maar leuk om met goed resultaat naar huis te gaan. De onderzoeken daar vind ik minder prettig. Dat blijft niet bij een beetje blazen. Dat is een complete uitputtingsslag. Het begint in hét kleine kamertje. Het beruchte kleine kamertje waar het eerste onderzoek plaatsvindt. Net iets groter dan een meterkast. Daar mag je wachten en ik zit dan altijd te hopen dat de zuster, die mij al vaker geholpen heeft, lekker op vakantie is. Zij lijkt er namelijk heel veel plezier in te hebben om andere mensen pijn te doen. Ze hebben een beetje bloed nodig om te kijken of het zuurstofgehalte in je bloed goed is. Ik zou zeggen prik maar ergens in mijn arm, dat voel ik toch niet: wie doet me wat! Maar nee, ze moeten bloed uit je oorlelletje prikken! Het meest gevoelige plekje wat ik heb… En het prikje is niet het ergste, om het bloed in een buisje te laten druppelen, knijpen ze dus (extreem hard) in je oor en zo wordt het bloed uit je oorlelletje “gemolken”. Blijkbaar zit dat het dichtst bij je hart en bevat dit het meeste zuurstof. Ik vind het SM praktijken. Om het allemaal een beetje te verdoezelen wordt er een (oor)verdovende crème op je oor gesmeerd. Die helpt voor de prik, niet voor het knijpen. Dan word je alleen gelaten, zodat het in kan werken. En daar zit je dan in het bekende kamertje, te wachten op de gemene zuster, die zo meteen jouw rode oortjes gaan bezorgen. Even voor de duidelijkheid: daar is niks opwindends aan. Een heel ander level van rode oortjes. Ik voel het verdovende zalfje tintelen en denk: schiet maar, op dadelijk is het al uitgewerkt! Maar dat wachten duurt altijd te lang. Tegen die tijd dat ik haar weer aan hoor komen lopen, zit ik weer op volle sterkte qua gevoel.

En dan kan het gemelk beginnen. In mijn beleving knijpt ze bij iedere half jaarlijkse controle harder. Misschien neemt de kracht in haar vingers toe, als je tenslotte de hele dag door zit te melken… Ik hoop maar dat het snel weer voorbij is. Althans dit stukje. Dan komt het volgende onderzoek. Ik moet met een kapje op mijn mond blazen en zuigen en de computer registreert de kracht van mijn longen. Dat wordt een aantal keren herhaald om zo een goede meting te krijgen. Maar er mag geen druk ontsnappen uit het stugge kapje. Dus wordt het door dezelfde zuster zo hard op mijn gezicht gedrukt dat ik niet alleen met een rode oortjes naar huis ga, maar tevens ook met een ronde, rode kring rondom mijn neus en mijn mond. Clown Bassie zou er jaloers op zijn. Het enige positieve aan dit bezoekje zijn altijd de resultaten die je daarna van de dokter te horen krijgt. Tenminste dat ervaar ik nog steeds als positief omdat elk beetje vooruitgang welkom is. Daarom ga ik ieder half jaar braaf terug, stiekem hopend dat de zuster misschien een andere baan heeft gevonden. Iets zonder mensen of dieren, lijkt me het beste.

Mieke van Oss, boek Pak me dan, als je kan…

 


 

Inspiratie

 

COMMAP COLUMN – mei 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Waar haal jij de inspiratie vandaan voor je columns? Dat vroeg een bekende dorpsgenote toen we op de Koningsdag naar het dorps-zeskamp stonden te kijken. Nou, zei ik: Kijk maar even om je heen, inspiratie genoeg!

Ik kan de binnenpretjes toch echt niet onderdrukken als ik een 40+ dorpsgenoot over een stormbaan heen zie stuiteren. Waarschijnlijk met morgen meer spierpijn dan punten. De bierbuik tactisch weggestopt in een mooi oranje T-shirt. Ik geniet daarvan. Niets mooier dan leedvermaak. Vind je dat niet moeilijk om naar te kijken, al die “sportende” mensen? Nee, ik zit bijna in mijn broek te piesen van het lachen, gelukkig heb je daar incontinentie materiaal voor. Elk nadeel heeft z’n voordeel. Ondertussen wordt de volgende spelronde aangekondigd door de plaatselijke dorpszeveraar. Ik mocht geen namen noemen, het schijnt genetisch bepaald te zijn in deze familie, zeveren, maar het begint als de voornaam van onze koning …

Het bier vloeit rijkelijk en de activiteiten gaan met steeds minder souplesse gepaard. Maar goed dat er ook een beetje jeugd mee doet en met jeugd bedoel ik alles onder de 20. Die kunnen hun gewicht nog dragen als ze aan een kratje bier moeten hangen. Bij de 40-plussers is het omgekeerd: als zij op een kratje bier zitten is het maar de vraag of het kratje bier dat gewicht kan dragen. De oogjes zijn hier en daar klein na de voorafgaande, intensieve Koningsnacht. Een vriendin komt aanlopen alsof ze zojuist door een tractor is aangereden. Dit kan ik natuurlijk niet hardop zeggen. Dat vereist een politiek correcte aanpak. Dus ik houd het op: Leuk T-shirt! De plaatselijke dorpszeveraar kondigt nog een nieuwe ronde aan, terwijl het bij de bar drukker wordt dan op het speelveld. Hopelijk vergeet hij, zeverend en wel, bij zijn volgende bezoek aan het toilet niet zijn microfoon uit te zetten. Ik zie het ineens voor me, en heb alweer binnenpretjes. Voor de buitenwereld misschien te zien als spasme… Aan inspiratie geen gebrek dus. Het zonnetje laat zich nog even zien, het terras zit vol. We hebben het zo slecht nog niet denk ik dan. Met een lekker rosé biertje in mijn kraag en twee mooie, rooie wangetjes hobbel ik weer op huis aan. Volkel bedankt, voor wederom inspiratie voor een nieuwe column!

Mieke van Oss, boek: “Pak me dan…”

 


 

Goedpraten

COMMAP COLUMN – april 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Goedpraten

Heel vaak doe ik dingen waar van ik eigenlijk weet dat ze niet goed voor me zijn, maar ik kan mezelf er meestal van overtuigen dat het wel verantwoord is. Guilty pleasures.

De kunst van het goedpraten zit hem in de overtuiging waarmee je het brengt!

Chocolade eten bijvoorbeeld. Deze week heb ik een chocoladeletter, verbazingwekkend nog over van Sinterklaas, bijna weggegooid. Bijna. Enkel en alleen omdat de paasdagen er aankomen en de verwachting hoog ligt, wat betreft het aantal kilo’s chocolade dat weer binnen gaat komen. Maar weggooien is verspilling, dus met een mond vol ‘overtuiging’ neem ik mezelf voor: Volgende feestdagen koop ik geen chocolade meer. Mijn goede voornemens worden compleet tenietgedaan als ik de supermarkt binnenrol. Al die verleidelijke schappen vol met gekleurde papiertjes en vrolijke vormpjes, tja, niks kopen is ook maar niks. En het kijkt zo gezellig op tafel… Dat doet trouwens een bos bloemen ook, of een tafelkleed, maar die zijn minder lekker. Iedereen weet dat je van chocolade dikker kan worden. Maar stél dat er niemand meer chocolade zou eten, dan werd er minder cacao afgenomen, dus de omzet wordt minder en komen er waarschijnlijk mensen die in de cacao-industrie werken op straat te staan: werkeloos. Hoe verschrikkelijk is dat!

Sterker nog: als mensen niet dikker zouden worden van bijvoorbeeld chocolade (er zijn natuurlijk nog heel veel andere guilty pleasures, maar ik hou het even bij deze, die hoog in de top tien staat), dan waren er minder mensen in sportscholen, menig diëtist zat zonder werk, alle nieuwe grote maten winkels hadden overschot aan kleren die niet eens naar arme landen kunnen, want daarvoor zijn ze te groot. Het is dus beter om dit soort rampzalige toestanden te voorkomen en gewoon lekker chocolade te eten. Wederom: De kunst van het goedpraten zit hem in de overtuiging waarmee je het brengt!

Fijne en lekkere paasdagen allemaal!

Mieke van Oss, boek: “Pak me dan…”


 

Topsport

COMMAP COLUMN – februari/maart 2018

Mieke heeft een hoge dwarslaesie, is vanaf haar schouders verlamd en auteur van het boek ‘Pak me dan…’. Zij beschrijft voor ons actualiteiten, belevenissen en alledaagse gebeurtenissen in de Commap Column.

Afgelopen weken zat ik er helemaal in. PyeongChang. De Olympische winterspelen. Soms zeggen mensen dat sporten verslavend is. Klopt, ik heb nog nooit zoveel sport gekeken!

En ik heb ontdekt dat ik dagelijks ook een enorme Olympisch waardige presentatie neerzet.

Ochtendzorg kun je namelijk een beetje vergelijken met lange afstanden schaatsen. Je moet de energie goed verdelen anders ga je na 500 meter al stuk. En niet verwachten dat je elke dag die 10 kilometer perfect haalt want dat geeft verwachtingen á la Sven Kramer. Dat kan alleen maar tegenvallen. Hetzelfde geldt voor mij ‘s morgens wakker maken. Niet in één keer de volle mep, niets verwachten, rustig aan beginnen en zorgen dat je ergens in het midden op je best bent. Om dan vervolgens het laatste stuk met je alle laatste krachten goed af te ronden, met een mooie tijd. Teveel mensen aan mijn bed, dát is met shorttrack te vergelijken. Het loopt mekaar voor de voeten en er ontstaan irritaties. Niemand weet meer wat de bedoeling is en voordat je het weet lig je onderuit. Schansspringen dat lijkt eng, maar voor mij komt het dagelijks voor dat ik in het diepe moet springen. Even zwevend de situatie inschatten en dan iedere keer weer proberen iets verder te landen. Slalommen is niet echt mijn ding. Een hoop gehobbel, getrek en geschud, armen en benen die alle kanten opzwaaien, geen idee waar je terecht gaat komen.

Ik vind de lange afstand dus het prettigst. Mooi rustig aan beginnen, een beetje opbouwen, met een goeie afronding. Het hoeft geen wereldrecord te zijn, maar liever ook niet laatste want dan is het alweer middag. En dan heb je ondertussen drie uur zorg gehad, ben je helemaal kapot en moet de dag nog beginnen. Olympische Spelen zijn er niks bij. Ik zeg: Topsport!

Mieke van Oss, boek: “Pak me dan…”


 

x Shield Logo
This Site Is Protected By
The Shield →